Historie

  • 11/08/2010

Filips van Montmorency php2UVB9M

1524 – 1568

Graaf van Horne

Periode 1540 – 1568

Voorganger Jan van Horne

Admiraal van de Nederlanden

Periode 1558 – 1567

Voorganger Maximiliaan II van Bourgondië

Opvolger Maximilien de Hénin-Liétard

Vader Jozef van Montmorency

Moeder Anna van Egmont

Filips II van Montmorency (mogelijk op het Kasteel van Ooidonk te Deinze, in Oost-Vlaanderen, 1524 – Brussel, 5 juni 1568), beter bekend als graaf (van) Horne en met minder recht ook als graaf van Hoorn, was een krijgs- en staatsman in de Zuidelijke Nederlanden vlak voor het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Sommige bronnen spreken overigens van 1518 als geboortejaar.

Naam

“Horne” of “Hoorne” verwijst naar zijn leen, het graafschap Horn. Dit was een graafschap, met als bestuursstad Weert, waar hij ook begraven is. Zijn grafsteen is nog steeds te bekijken in de Sint-Martinuskerk in Weert. Met de stad Hoorn (Noord-Holland) had de graaf niets te maken.

Levensloop

Filips van Montmorency-Nivelle, graaf van Horne, was de zoon van Jozef van Montmorency, graaf van Nevele. Zijn moeder Anna van Egmont, hertrouwde met Jan (1480-1540), graaf van Horne, die zijn stiefzoon aldus het graafschap Horne en de heerlijkheden Heusden, Altena en Weert naliet. In 1546 trouwde hij met Walburgis van Nieuwenaar. Filips was page, later kamerheer aan het hof van keizer Karel V.

Het leven van de graaf van Horne vertoont grote overeenkomsten met dat van zijn vriend graaf Lamoraal van Egmont, met wie hij uiteindelijk zou sterven.

Graaf Horne was oorspronkelijk legeraanvoerder van het Spaanse leger. Hij werd in 1555 stadhouder (legeraanvoerder) van Gelre en in 1556 ridder van het Gulden Vlies. In 1558 volgde hij Maximiliaan II van Bourgondië op als admiraal van de Nederlanden en was in 1559 de opperbevelhebber van de vloot die koning Philips naar Spanje bracht. Hij boekte enkele grote successen en werd als dank daarvoor in 1561 benoemd tot lid van de Raad van State.

Opstand

In de Raad van State vormde hij samen met Willem van Oranje en de graaf van Egmont een Driemanschap (Ligue der Groten), dat in opstand kwam tegen het beleid van de kardinaal Antoine Perrenot Granvelle, bisschop van Atrecht, die de inquisitie (vervolging van de protestanten) invoerde in Vlaanderen. Na diens afzetting bleef Horne zich verzetten tegen de Spaanse terreur: als protest hiertegen leverde de graaf van Horne zijn insignes van het Gulden Vlies in. Hij was aanwezig op de vergaderingen van Breda en Hoogstraten. Hij stond de calvinisten te Doornik kerkbouw toe buiten de muren, hetgeen later een van de aanklachten tegen hem zou vormen.

De graaf van Horne is zijn hele leven overtuigd katholiek gebleven. Maar door zijn gedoogbeleid jegens de protestanten en zijn regelmatige afwezigheid, groeide Weert onder zijn bewind uit tot een bolwerk van de Reformatie. Dit gebeurde onder de leiding van de gravinnen Anna van Egmont (zijn moeder) en Walburgis van Nieuwenaar (zijn vrouw). Hierdoor was de Beeldenstorm in Weert extra hevig in vergelijking met andere steden. Na de Beeldenstorm voerde de graaf Horne een beleid dat gericht was op het herstel van de katholieke macht, omdat hij de onderdrukking van zijn katholieke geloofsgenoten niet kon tolereren en bovendien zijn trouw aan Margaretha van Parma moest laten zien.

Filips II stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen na de Beeldenstorm. Willem van Oranje ontvluchtte hierop Brussel; Egmont en Horne besloten niet te vluchten. Alva liet vrijwel direct na zijn aankomst de graaf van Egmont, diens secretaris Jan van Casembroot en de graaf Horne arresteren, op 9 september 1567. Dit geschiedde met een vals voorwendsel: Alva had een overleg aangekondigd om bij een maaltijd over de situatie te praten. Zij werden wegens hoogverraad voor de Raad van Beroerten gesleept. Hoewel Egmont tot het einde toe katholiek bleef en trouw bleef aan de Spaanse koning, werd hij samen met graaf van Horne ter dood veroordeeld, ondanks het inroepen van hun staat van onschendbaarheid als Vliesridders en de vele protesten van andere edelen.

Op 3 juni 1568 werd Horne van het Spanjaardenkasteel te Gent naar Brussel teruggebracht en opgesloten in het Broodhuis; op 4 juni tekende de Spaanse landvoogd Alva het doodvonnis; in de motivering vormden zijn steun aan het Eedverbond en zijn tolerant gedrag te Doornik de hoofdpunten.

Op 5 juni 1568 werden beide edellieden en vrienden kort na elkaar onthoofd op de Grote Markt van Brussel. De dood van Egmont en Horne leidde tot grote protesten onder de bevolking.

Filips van Montmorency ligt begraven in de Sint Martinuskerk in Weert. De titel Graaf van Horne ging over op zijn jongere broer Floris.

Club wapen

Logo leo club weert

Dit wapen was ontleend aan een zestiende eeuwse schepenzegel van de stad. De keper, de omgekeerde V, is een weefselpatroon. Ze houdt vermoedelijk verband met het vroegere bloeiende lakenambacht, dat lakens naar West-Europa uitvoerde.
Voor de zestiende eeuw was een schepenzegel in gebruik, waarin de drie hoorntjes waren verwerkt van het wapen van de graven van Horne. Deze graven waren tevens heren van Weert. Het wapenschild kan gedekt worden door een schildkroon. De kroon van Weert, drie bladeren en twee parelbanken, staat symbool voor een graaf: de graaf van Horne.

Vóór 1918 was ook een gemeentewapen in gebruik waarin naast de keper, ook de drie hoorns voorkwamen, die de band met de vroegere landsheer weergaven. Het was historisch juister geweest wanneer in 1918 bij het vaststellen van het wapen zowel de keper, symbool van de stad, als de drie hoorns, de band met de landsheer, waren opgenomen. Immers:

de graven van Horne waren behalve graaf van het graafschap Horne sinds 1306 ook heer van de heerlijkheid Weert; in het begin van de dertiende eeuw brachten de Van Hornes hun bestuurscentrum vanuit Horn en de muntslag vanuit Wessem over naar Weert; verschillende leden van deze familie liggen in Weert begraven.

Bij het opnieuw vaststellen van het gemeentewapen in 1977 maakte de Hoge Raad van Adel bezwaar tegen het doorsnijden van het wapen in twee gelijke delen. Nader overleg met de gemeente Weert leidde ertoe de drie hoorns in het nieuwe wapen op te nemen in een schildhoofd.

(Tekst verkregen via de Gemeente Weert)

Terug